|
Over de Natuur der Dingen
De oorsprong van een kunstwerk laat zich nooit zo makkelijk uitleggen, maar wat ongetwijfeld helpt is de interesse van Jaco Putker in hoe de natuur werkt, zowel de hele grote natuur van sterrenstelsels als het hele kleine van de insecten. Hij houdt van de variatie en flexabiliteit die de natuur voortdurend voor de dag legt. Tegelijk is de natuur als moordmachine ook iets om over te mijmeren. Neem een willekeurige dag aan het strand: kwallen liggen er te verrotten. Oesters doen hun best om op aangespoelde planken te overleven. Karkassen van kokkels liggen overal. Waar leeft zeewier van en wie leeft van zeewier? Kokmeeuwen plukken vis uit zee. De natuur heeft altijd trek en probeert iedereen van dienst te zijn. De kunstenaar laat in het midden of hij het prettig toeven vindt in ‘Over de natuur der dingen’. Een al te vriendelijk portret van de natuur hoef je niet verwachten bij Putker, maar echt morbide wordt het ook niet, want hij is overtuigd van een mystieke band die bestaat tussen de mens en de natuur. Die mystieke band ervaar je volgens hem al tijdens een wandeling over het strand of door het bos. Alles zoemt en vliegt net zo lieflijk rond in zijn eigen gecreëerde wereld als op onze aarde, maar bij nader inzien vraag je je af: is dat geen vleesetende plant? Kruipt die rups niet zijn dood tegemoet? Zijn die lianen niet de takken van een verstikkende snelgroeier? Ook dat lijkt op hoe natuur op de aarde werkt. Hoewel er veel vergelijkingen opgaat tussen ‘Over de natuur der dingen’ met onze wereld, zijn er ook grote verschillen. Putker heeft voor deze gelegenheid zijn eigen natuurkundige regels opgesteld. Alle bekende vormen zijn totaal losgekoppeld en vervolgens in iets andere dimensies weer aan elkaar geplakt. De vogel in zijn wereld zal zich wel twee keer uitkijken voor hij een libelle aanvalt. Het slakkenhuis is twee keer zo groot als het tuinhuisje. Dat relativeert ons gekke geklus ineens enorm! Tegen de regels van de zwaartekracht hangen de beesten en bloemen aan een kluit aarde, soms aan een soort lianen, die ook veel op kattenstaarten lijken. De bloemen zijn ook niet zo bloems als bij ons. Dit zijn microscopische sneeuwvlokken met het formaat van een boom in een oerwoud. En o ja: kleuren hebben het loodje gelegd in deze wereld, die bovendien niet doorlopend is, maar af en toe onderbroken wordt door banen wit. Het meest schokkende verschil is dat er nog maar twee dimensies over zijn. Net als de deelnemers aan onze aarde schijnen deze platte deelnemers aan de Putkerse wereld niet op de hoogte te zijn van hun beperkingen. Net als hun broeders op aarde proberen ze niets anders dan te overleven. Een ander getarte natuurwet is het geringe verschil tussen macro- en microkosmos. Zijn kluiten aarde lijken bij nader inzien ook een beetje op een sterrenstelsel, of zelfs een clusters van sterrenstelsels. Zulke clusters komen ook in aanvaring met elkaar en gaan elkaar dan te lijf, net als de allerkleinste insecten. Alles is in constante beweging en is onderling met elkaar verbonden. Dit wordt uitgedrukt in de Hermetische Principes van Correspondentie en van Vibratie. Deze principes fascineren Putker eindeloos en ermee spelen nog meer. Een aardige vraag om jezelf te stellen tijdens het kijken naar ‘Over de natuur der dingen’ is: is dit nou een portret is van de aarde of van een ander universum? Onze eigen aarde lijkt vaak op elkaar maar ook vaak niet, als je bijvoorbeeld de Sahara en de ringweg van Tokio met elkaar vergelijkt. Als je aan die vergelijking denkt, lijkt Putkers allegorische universum ineens heel wat aardser dan de aarde zelf. |